Kleine bedrijven in Rotterdam vergaderen vaak tot de tijd op is. Daarna weet iedereen een andere versie van wat er is afgesproken. Het advies begint daar niet met een methode. Het begint met de vraag welk besluit er na afloop nog op papier staat.
Drie regels volstaan. Eén zin voor het besluit. Eén naam voor de eigenaar. Eén datum waarop te zien is of de stap is gezet. Ontbreekt een van de drie, dan was het een gesprek, geen besluit. Dat onderscheid scheelt later ruzie over wat er „toch was gezegd”.
We vragen niet of de vergadering korter wordt of of de omzet stijgt. Dat weten we niet. We vragen of een afwezige collega de volgende ochtend de zin kan terugvinden zonder iemand te bellen. Lukt dat niet, dan ligt het besluit alleen in hoofden.
Een nieuw onderwerp dat halverwege op tafel komt, schrijven we apart. Het hoort niet stil de opdracht te veranderen. Anders wordt dertig dagen een open gesprek en is er aan het eind geen blad.
Leest u een voorstel van een ander kantoor, zoek dan of er na de sessie een stuk komt of alleen „begeleiding”. Begeleiding zonder stuk is moeilijk na te lopen.
De tekst beschrijft een werkwijze. Het is geen aanbod van een belegging en belooft geen bedrijfsresultaat.